Een luisterend oor en misschien wat raad!

Deel jouw gedachten met anderen op het weblog. Of stel anoniem een vraag!

Iedere maand een nieuw overdenkertje!

Een overzicht van de parochie door de jaren heen!

Oproep!

Heb je zelf foto's van de kerk, de parochie geschiedenis of kerkelijke activiteiten? Stuur ze dan per email naar ons toe!

Parochie Sint Martinus Gennep

Hier zijn berichten terug te vinden die eerder op de andere hoofdpagina's stonden.

Reiniging van kerkgebouw

Vol trots kijkt de parochie uit naar de nieuwe aanblik van de Sint Martinus kerk. Met veel dank en respect voor de gulle gevers!

Met Palmzondag heeft onze basilica met plein weer de oude glans!

Vertaling latijnse spreuken aan de voorkant van de kerk

Op de voorgevel rechts staat:

Caritas diffusa in aula Dei exstructa denuo leges paternas renovet

et sensus paroecianis Gennapiensibus

Moge de liefde, verspreid in de opnieuw gebouwde kerk van God de vaderlijke wetten en de gezindheid vernieuwen voor de parochianen van Gennep.

Onder het portaal staat:

Civitatem tu circumda Domine et angeli tui custodiant muros eius

Omring gij Heer de stad en mogen uw engelen haar muren bewaken

Parochie Sint Martinus

Niersdijk 1

6591 DL Gennep

 

Pastoor G.J.H. Kessels

Telefoon: 0485-511888

email:

info@parochie-martinus-gennep.nl

Deken Huisman

25 Jaar is Evert Huisman deken van het dekenaat Gennep geweest. Hij is daarmee de oudste deken van Nederland. Binnenkort houdt hij er echter mee op. Niet dat hij stopt met zijn pastoraat in de Gennepse Martinusparochie, zeker niet, hij blijft er pastoor. De vervulling van zijn dekenschap loopt ten einde omdat het dekenaat wordt opgeheven en de parochies bij het dekenaat Venray worden gevoegd.

Deken Huisman werd in 1924 in het kleine plaatsje Gendt onder de rook van Nijmegen geboren. Hier ging hij naar school en al in die jonge jaren kreeg hij belangstelling voor het kloosterleven. Uiteindelijk werd hij Redemptorist. De keuze voor die kloosterorde is mysterieus…  “Waarom ik precies gekozen heb om Redemptorist te worden weet ik niet”, vertelt deken Huisman. “Ik heb het mijn moeder wel eens gevraagd, maar ook zij wist geen antwoord te geven. Misschien had het te maken met een zich afzetten tegen… Een broer wilde namelijk Dominicaan worden en dát wilde ik nu net beslist niet. Ik vond Dominicanen te deftig.”

 

Redemptoristen stonden in de eerste helft van de vorige eeuw bekend om - wat men toen noemde - ‘missie geven’. Dat betekende dat paters Redemptoristen in parochies werden uitgenodigd om er weken- en soms zelfs maandenlang  te preken en op huisbezoek te gaan. Op die manier probeerden ze om mensen aan te zetten tot levensverbetering. Huisman herinnert zich uit zijn eigen jonge jaren: “Het waren ernstige preken die gehouden werden. Of dat mijn keuze bepaald heeft,  weet ik niet, maar ik ben Redemptorist geworden”, aldus de deken.

 

Na zijn priesteropleiding in Nijmegen en Den Bosch volgde de priesterwijding in Wittem. Daarna kreeg hij zijn eerste officiële opdracht. Pater Huisman werd naar Amsterdam gestuurd om vanuit het klooster aan de Keizersgracht als missiepredikant in Nederland te gaan werken. Echt blij was hij er niet mee: “Tegen mijn zin ben ik naar Amsterdam gegaan. Ik wilde wel predikant worden maar niet vanuit de hoofdstad. Ik heb er ondanks mijn oorspronkelijke tegenzin toch een mooie tijd beleefd en met plezier drie en een half jaar gewoond,” vertelt deken Huisman.

Na deze betrekkelijk korte tijd, meenden zijn oversten hem op een andere plaats nodig te hebben. In 1956 werd hij dan ook naar Nijmegen gezonden om aan het kleinseminarie NEBO van de Redemptoristen aan de slag te gaan. “Ik werd geestelijk leidsman van seminaristen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar en later prefect. Ik had altijd gezegd dat ik niet in een schoolse omgeving wilde werken. Ik werd dus opnieuw tegen mijn zin overgeplaatst maar opnieuw moet ik naderhand zeggen: ik heb er uiteindelijk negen jaar met heel veel plezier gewerkt”, vertelt de deken geamuseerd. De reden is hem ook duidelijk: “Ik heb altijd een goed contact gehad met de jeugd en dat heb ik nu nog steeds. In mijn verdere loopbaan in de parochies heb ik jeugdkoren opgericht en altijd veel misdienaars aan het altaar gehad. Tot op dit moment bind ik nog steeds veel jonge mensen aan het gebeuren in de kerk”.

Vaticanum II en daarna

In 1965 was het Tweede Vaticaanse Concilie achter de rug. De Kerk, zo dachten velen, zou er anders uit gaan zien, opener worden, met de tijd mee gaan. Dat betekende in die dagen dat alles mogelijk was en alles kon. “Ik heb hier royaal aan mee gedaan”, zegt deken Huisman, “de ramen van de Kerk gingen open, er kwam ruimte!”

Het bracht ook een terugloop in roepingen. Het kleinseminarie NEBO werd opgeheven als gevolg van de veranderingen. En weer werd door zijn oversten beslist waar Huisman naar toe zou gaan. Voor de derde keer werd met zijn wensen geen rekening gehouden. Huisman: “Ik wilde het parochiewerk niet in, maar werd toch naar de St. Jozefparochie in de Roermondse wijk ‘De Kemp’ gezonden. Maar ook over die tijd kan ik niet anders zeggen dan dat ik er met plezier heb gewerkt. Dat had ook te maken met de veranderingen die in de liturgie plaatsvonden: de H.Mis werd voortaan in de volkstaal gelezen en jongerenkoren met hedendaagse muziek deden hun intrede. Ik genoot van die tijd.”

Na ’De Kemp’ volgde in 1973 de benoeming tot pastoor in Koningsbosch. Trots vertelt deken Huisman dat het jongerenkoor dat hij in Koningsbosch oprichtte nog steeds bestaat. Inmiddels had de prediker Huisman ook het roer omgegooid. Preken van driekwartier, zoals die bij de Redemptoristen gebruikelijk waren, hadden plaatsgemaakt voor korte preken van drie à vier minuten. “Ik huldig sindsdien het principe dat voor iedere preek geldt: zorg dat je iets te zeggen hebt; zeg wat je te zeggen hebt; hou op zodra je het gezegd hebt”, aldus Huisman. Preken is nog steeds iets waar de deken serieus werk van maakt. Al op maandag begint hij de preek voor te bereiden. Hij bidt dan tot de Heer, dat hij het komende weekend een goede preek zal houden. “Dat speelt dan een aantal dagen door mijn hoofd totdat ik precies duidelijk heb wat ik wil vertellen”.

Het dekenaat Gennep

Gennep maakte een kwart eeuw geleden kennis met de nieuwe deken die vanuit Roermond naar deze Noord-Limburgse plaats kwam. Gennep heeft deken Huisman altijd aangesproken. In zijn ogen hééft het oude Niersstadje – behalve een mooie kerk – ‘iets’. “Toen ik in 1982 in Gennep begon was mijn eerste gedachte: hoe houd ik de mensen bij elkaar? Dat gold zowel voor de priesters als voor de parochianen. In beide categorieën heb je  met meerdere denkrichtingen te maken die het samenwerken kunnen bemoeilijken. Je hebt progressieve mensen, mensen die behoudend zijn en de groep mensen die tussen deze partijen in staan. In mijn dekenaat kan ik, wat de priesters betreft, zeggen dat alle priesters altijd naar de priestervergadering zijn gekomen en het dus mogelijk bleek te zijn tegenstellingen te overbruggen.”

De statistieken laten minder optimistische cijfers zien. Toen deken Huisman in Gennep kwam, waren er 14 parochies en 15 priesters. Hij heeft nog de luxe tijd gekend dat drie kapelaans in de parochie werkzaam waren. Nu zijn nog zes priesters actief in het hele dekenaat. Ondanks het fors minder aantal priesters - waardoor de werkdruk volgens hem wel erg hoog is geworden - heeft deken Huisman nog steeds een rotsvast vertrouwen in de toekomst van de Kerk. Dat vindt zijn basis in zijn eigen roeping. Want deken Huisman is priester geworden omdat hij bijzonder geraakt werd door het leven van Jezus. “De vier evangelisten hebben, ieder voor zich, een evenwichtig verhaal geschreven over een leven waar geen speld tussen te krijgen is. Jezus heeft zelf aangegeven dat hij ‘de weg, de waarheid en het leven’ is. Als je als priester werkt vanuit die gedachte dan lig je niet wakker van de golfbewegingen die de Kerk nu meemaakt. De Kerk blijft overeind, daar geloof ik rotsvast in. Om die reden blijf ik ook een gelukkig mens, want ik geloof dat het allemaal goed zal komen.”

Als deken Huisman terugkijkt op zijn priesterleven dan is er veel verloren gegaan: ‘missie geven’ bestaat niet meer, het kleinseminarie Nebo is niet meer, het kerkgebouw in de wijk ‘De Kemp’ is afgebroken, ook in Koningsbosch heeft de kerk een teruggang ondergaan en ‘zijn’ dekenaat Gennep wordt dit jaar opgeheven. Toch is hij niet pessimistisch. “Je komt niet op de berg Tabor terecht als je niet over de Calvarieberg bent gegaan”, stelt deken Huisman, “Wij, de priesters, moeten gewoon bezig zijn met zaaien en wij zijn niet diegenen die op de eerste plaats moeten denken aan oogsten”.